We vliegen uit de bocht, lopen tegen de lamp en nemen de benen. In onze uitdrukkingen wordt opvallend veel bewogen. Vaak gebruiken we die zinnen zonder stil te staan bij wat ze letterlijk voorstellen. Maar als je er goed naar kijkt, dan zie je dat ze verwijzen naar oude gewoonten, vreemde talen en verdwenen woorden.

Waarom we tegen de lamp lopen, is niet helemaal duidelijk. De paden die onze taal neemt, vervagen soms met de tijd. Toch is het een opvallende uitdrukking die geen echte tegenhanger heeft in bijvoorbeeld het Frans of het Engels. Over de oorsprong van de uitdrukking bestaat discussie. Eén verklaring is dat ze teruggaat op een letterlijke lamp: gloeilampen werden erg warm en waren dus gevaarlijk. Als je tegen de lamp liep, dan deed dat pijn.

Toch valt er ook heel wat te zeggen voor een iets minder letterlijke interpretatie. In het Bargoens, de geheimtaal die aan het begin van de twintigste eeuw onder meer in het Nederlandse criminele milieu werd gebruikt, was 'lamp' een benaming voor een politieagent. Wie 'tegen de lamp liep', botste dus letterlijk op de arm der wet en werd betrapt.

Een agent kon in het Bargoens trouwens nog minstens zeventig andere namen krijgen, waaronder 'poedel' en 'kip'. Waarom zoveel? Volgens taalspecialist Ewoud Sanders leerde ook de politie de Bargoense woordenschat steeds beter kennen. Wie uit handen van de politie wilde blijven, moest haar dus ook taalkundig een stapje voor blijven.