Het Nederlands is een speelveld vol klanken en verrassende vormen. Onze taal leeft, verandert van richting en vindt zichzelf telkens opnieuw uit. Ze reist van mond tot mond, van boek naar podium, van straat naar klaslokaal. Ze neemt nieuwe woorden op, speelt met betekenissen en past zich aan aan de mensen die haar gebruiken.
Van 10 tot 18 oktober 2026 vieren we de Week van het Nederlands met twee speelse dichters als ambassadeurs: de Vlaamse Maud Vanhauwaert en de Nederlandse Roan Kasanmonadi.
Zij weten als geen ander dat taal mensen in beweging zet. Ze raakt je, troost je, prikkelt je of daagt je uit. Ze kan je blik verruimen en je anders naar de wereld laten kijken. Daarom staat de Week van het Nederlands dit jaar in het teken van taal in beweging.
In het werk van Maud en Roan wordt taal lenig en verrassend, zowel op papier als op een podium. Woorden springen van de pagina. Zinnen nemen onverwachte wendingen. Maud en Roan belichamen de speelse vrolijkheid van taal die zich niet altijd laat vatten of vangen.
