Tot wie schrijf je als je je gedachtes, je herinneringen, je dromen neerpent? Naar jezelf, je toekomstige zelf, of een geliefde als je er niet meer bent? Mag een ander jouw intieme gedachten lezen en moet je dan helemaal eerlijk zijn? En wat zou er gebeuren als jouw woorden in een openbaar archief terechtkwamen?
In een openhartige avond verkennen we de rol van het egodocument in de literatuur. Lang werd wat neergekeken op het genre en werden de teksten van ‘gewone mensen’ niet opgenomen in archieven. Tegenwoordig lijken veel romans samengesteld te zijn uit persoonlijke notities, en ontdekken we massaal de psychologische waarde van het neerschrijven (en delen?) van wat ons roert.
We gaan hierover in gesprek met schrijver Joris van Casteren, die in zijn Boon-genomineerde De mensheid zal nog van mij horen aan de slag ging met dagboeken die ternauwernood in een archief belandden. Joke van Leeuwen publiceerde recent de memoir Plooi u in tweeën over haar verhuizing naar Brussel in de jaren zestig. Daarnaast neemt Week van het Nederlands-ambassadeur Roan Kasanmonadi deel aan het gesprek. Als dichter en psychiater reflecteert hij op de manier waarop taal houvast kan bieden bij mentale onrust. Het gesprek wordt geleid door auteur en columnist Yelena Schmitz.
Tijdens de avond zijn er twee momenten waarop voordrachten plaatsvinden van deelnemers die een eigen dagboekfragment delen.
- Wil je zelf een dagboekfragment voordragen?
>> Dien dan voor 29 september je fragment in via onze open call - Wil je leren hoe je je dagboekfragment kan omvormen tot een literaire tekst?
>> Schrijf je dan in voor de schrijftafel die we op 15 september organiseren in Brussel
