'Straattaal verandert snel', claimden taalkundigen decennialang. Straattaalwoorden die dertig jaar geleden populair waren, zouden nu dus al lang in onbruik geraakt moeten zijn, of zelfs vergeten. Maar is dat ook echt zo? Khalid Mourigh, onderzoeker linguïstiek en taalvariatie bij het Meertens Instituut, zocht het uit.
Mourigh ging, gewapend met een arsenaal straattaalwoorden die in de jaren negentig populair waren, in gesprek met jongeren van vandaag, om na te gaan of zij die woorden nog kenden. En wat bleek? Veel straattaal uit de jaren negentig wordt nog steeds gebruikt. Fatoe (grap), chick (meisje), osso (huis), doekoe (geld) en afoe (stukje, trekje) behoren nog altijd tot de straattaalwoordenschat.
Hoe loesoe losging
De betekenis van die woorden bleef doorgaans vrij stabiel, al kregen sommige woorden er nieuwe betekenissen bij. Het woord loesoe bijvoorbeeld. Wanneer je vandaag zegt: "Ik ga vanavond helemaal loesoe", dan bedoel je: "Vanavond ga ik helemaal los." Oorspronkelijk betekende loesoe alleen 'weggaan'. Je kon dus loesoe gaan en het toch niet te bont maken.
Toen Mourigh jongeren vroeg wat loesoe allemaal kon betekenen, zeiden ze onder meer: 'gone', 'verdwenen', 'vertrekken' en 'kwijt'. Sommigen koppelden het woord ook aan de politie, snelheid (snel weggaan) en zelfs aan voetbal. Als je iemand met de bal passeert, dan heb je die speler loesoe gegeven.
De vele gezichten van fittie
Ook een woord als fittie, waarmee tegenwoordig soms gewoon een outfit wordt bedoeld, had oorspronkelijk een heel andere betekenis. Wie een fittie had, had ruzie of een conflict, al kon de ernst ervan variëren. Een fittie kon verwijzen naar een milde vorm van onenigheid – zoals een woordenwisseling of discussie – maar ook naar intensievere vormen van conflict. Daarmee komt fittie in de buurt van beef, maar voor veel jongeren betekenen de twee niet helemaal hetzelfde. Hoewel sommige jongeren er ook een strijd, gevecht of fight onder verstaan, is een fittie volgens veel jongeren een conflict dat nét onder het begrip beef ligt. Een fittie is een mondelinge strijd, zonder fysiek geweld.
Toch maar opletten als je iemand loesoe geeft. Voor je het weet heb je een fittie!
Meertens Instituut
Khalid Mourigh (1981) is onderzoeker linguïstiek en taalvariatie bij het Meertens Instituut. Hij studeerde Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden en promoveerde er in 2015 op een proefschrift over het Ghomara Berber. In zijn onderzoek en onderwijs houdt hij zich bezig met jongerentaal en Berbertalen. Naast zijn werk bij het Meertens Instituut geeft hij publiekslezingen over straattaal en migratiegeschiedenis en werkt hij als vertaler.
Wil je meer weten over taal en cultuur in Nederland? Bezoek dan de website van het Meertens Instituut.
Afbeelding: uit de tv-uitzending Lingo Straattaal (2006)
